De Japanse Koi, symbool van voorspoed en geluk

De Japanse Koi, symbool van voorspoed en geluk

Auteur: Isabel Decoker, Skalaar Torhout ? bron: Zilverhaai Beringen: www.zilverhaai.be

De koi is en blijft een grootse vis. En niet alleen letterlijk: deze vis heeft een rijke geschiedenis en blijft maar aan populariteit winnen. Velen zijn echter vergeten waar de koi eigenlijk vandaan komt en waar deze uitzonderlijke vis voor staat.

 

Mutanten
Koi stamt af van de Magoi, een wilde zwarte karper die tot 180 cm lang kan worden. In de Japanse rijstvelden werden zij gekweekt als voedselbron. Zo nu en dan kwam een stomverbaasde viskweker een vis tegen die anders gekleurd was. Deze mutanten is men dan gaan kweken wat resulteerde in een enorme vari?teit aan kleuren en patronen.
In een volgens stadium werden spiegelkarpers uit Europa ge?xporteerd naar Japan. Daar werden ze gekruist met de afstammelingen van de Magoi. Daaruit ontstonden de Doitsu vari?teiten. Doitsu betekent in het Japans letterlijk ?Duits?. Iedere daaropvolgende vari?teit is weer ontstaan uit een mix van kweekkoppels. Op die manier ontstonden inmiddels al meer dan 100 variaties. De koi die het dichtst bij de oorspronkelijke Magoi staan, zijn de alom bekende Chagoi, Ochiba Shigure en Soragoy. Deze vissen zijn met hun lengte van zo?n 12 cm en breedte van 40 cm de grootste onder de koi.

Cultuur
Naast een indrukwekkende grootte kan de koi ook een al even indrukwekkende leeftijd bereiken. Er is zelfs spraken van koi die 200 jaar werden! Of deze geruchten echt waar zijn, is moeilijk te achterhalen. Over het algemeen worden deze echter wel als fabeltjes afgedaan. Koi maakt deel uit van de Japanse cultuur en zijn er symbool van voorspoed en geluk. Ze worden er van oudsher niet alleen beoordeeld op hun patroon, maar ook op hun vorm en rustig, majestueus gedrag. Het statig gedrag werd er dan ook doelbewust in gekweekt. En dat is eigenlijk niet meer dan logisch: als zulke sterke en grote vissen zich wild gedragen dan verandert de vijver in een puinhoop.

Natuurlijke selectie
Een volwassen koi-vrouwtje legt 100 tot 200.000 eitjes per keer. Kwekers die de juiste broedkoppels hebben, laten hun koi kuit aanmaken door de broedvrouwtjes te injecteren met hersenvloeistof (hypofyse) van een zwanger wijfje. Dat doen ze soms zelfs tot acht keer per jaar. In de wilde natuur zal bij het kuitschieten een deel van de eieren worden opgegeten of beschimmelen. Het jonge broed zal als voedsel dienen voor vele predatoren. Deze strenge natuurlijke selectie maakt dat er hooguit een tiental overblijven. De koikwekers houden op kunstmatige wijze ongeveer 90 procent van hun broed in leven. En dat tot acht keer per jaar! En de natuur wordt op nog meer manieren oneer aangedaan. Karpers zijn van nature immers donkerkleurig. De door ons zo gegeerde kleuren wit, rood en geel zijn niet zo geliefd door moeder natuur. In het wild worden koi met deze felle kleuren immers een gemakkelijke prooi voor reigers en andere vogels. Vissen horen ook een lichtere buik te hebben, zodat ze voor roofvissen minder opvallen. Dat maakt de huidige, kunstmatig gekweekte koi zwakker dan zijn voorouders.

Voederen
Een groot probleem waar elke kweker ieder voorjaar mee te maken heeft, is dat de vissen verzwakt zijn door de winter. Een koi is namelijk een wroeter die de hele dag door wil wroeten en ondertussen mineralen uit de bodem mee binnen krijgt. De koi moet gevoed worden, ook in de winter. Toch denken veel mensen nog dat ze een vis in de winter niet mogen voeren. Dat is echter onzin: Koi?s moeten wel degelijk het hele jaar door eten. Omdat een karper een koudbloedig dier is, gaat zijn stofwisseling in de winter wel omlaag en moet hij zijn voeding dus aanpassen. Lichtverteerbare voeding is dus een must in de winter.

Feest
Hoewel veel kwekers het niet graag zullen horen, hebben wij eigenlijk een vissoort gekweekt waar moeder natuur het niet mee eens is en die de natuurlijke selectie zoveel mogelijk omzeilt. Koi houden hoort een feest te zijn, maar in de verkeerde omstandigheden ontaardt het al snel in een nachtmerrie. De zuiverste waterkwaliteit is noodzakelijk evenals de juiste voedings- en leefomstandigheden. Een degelijk filtersysteem is dan ook een onmisbaar element. Koop een filter zeker nooit te klein: uw hobby zal eerder gaan groeien in plaats van te slinken. Plaats altijd bodemafvoeren waar u uw filter op kunt aansluiten. Op deze manier en met de juiste voorlichting kunt u uw droom verwezenlijken. Zorg voor een goed contact tussen u en uw vissen. Dan zal u ervaren wat de echte koihobby inhoudt: de cultuur van voorspoed en geluk.

Nog meer Koi van de HE - redactie
Koi worden d.m.v hun lengte aangeduid of 'size'
size 1 = 15 tot 25 cm
size 2 = 26 tot 35 cm
size 3 = 36 tot 45 cm
size 4 = 46 tot 55 cm
size 5 = 56 tot 65 cm
size 6 = 66 tot 75 cm
size 7 = meer dan 75 cm

Kohaku: witte koi met rode vlekken.
Taisho Sanke: witte koi met rode vlekken en kleine zwarte vlekken.
Showa-Sanshoku: zwarte koi met rode en witte vlekken.
Bekko: witte, rode of gele koi met gitzwarte vlekken.
Utsurimono: zwarte koi met witte, rode of gele vlekken.
Asagi: lichtblauwe koi met rode buik en rode vinnen.
Asagi / Shusui: blauwgrijze koi met netpatroon op de rug.
Asagi / Doitsu: variant met blauwzwarte schubben aan weerszijde van de rugvin.
Koromo / Goshiki: witte koi met rode vlekken waarover een donker netpatroon ligt.
Kawarimono: alle overige niet metaalglanzende koi van de vorige groepen.
Hikari Mujimono (Ogon): ??nkleurige metaalglanzende koi.
Hikari Moyomono: meerkleurige metaalglanzende koi.
Hikari Utsurimono: twee of driekleurige metaalglanzende koi.
Tancho: een koi met op het hoofd een rode vlek en op de rest van het lichaam geen rood patroon.
Kinginrin: koi met veel goud- of zilverkleurige glitterende schubben.
Doitsu: vissen zonder schubben (lederkarpers) of met grote glanzende schubben langs de zijlijn en rugvin (spiegelkarpers)


Auteur: Isabel Decoker, Skalaar Torhout ? bron: Aquariumclub, De Zilverhaai Beringen vzw

Website: www.zilverhaai.be