waterhyacint

waterhyacint 

Eichhornia crassipes
Familie:Pontederiaceae
Soort: Drijfplant
Bloeitijd: juni- september
Bloemkleur: wit of lilla
Bladeren: lepelvormig in rozetten
Diepte: 0-15cm
Hoogte: 20-30 cm
Standplaats: Zon

waterhyacint


Informatie :
De waterhyacint (Eichornia crassipes) is een drijvende waterplant uit de familie Pontederiaceae.

De 35 soorten, die tot deze familie behoren, zijn waterplanten die verspreid zijn over het gehele zoetwatermilieu van de tropen. De waterhyacint kwam oorspronkelijk alleen voor in de rivieren van het Amazone en Orinocogebied. In sommige tropische streken blijkt het aantal waterhyacintrozetten in 2 weken tijd te verdubbelen! Door deze snelle verspreiding is de waterhyacint nu voor vele landen in de tropen een ware plaag. Op veel plaatsen waar het 's winters niet te koud wordt, is ze ook ingeburgerd geraakt in Europa, bijvoorbeeld in Portugal.
Waterhyacint is een éénjarige drijfplant en behoeft winterbescherming.
Het beste aardt deze plant bij 10 cm bodembedekking en een 10 cm water
Ze beperken algemeen de algengroei in de vijver: De wortels halen voedingstoffen uit het water en de bladeren zorgen ervoor dat de algen minder licht ontvangen. Bij ons overleeft de plant de winters niet. In de warme zomers zullen de planten, die op merkwaardige holle "bollen" drijven, hun prachtige blauwe bloemen laten zien op stengels van 20-30 cm. In die holtes zit lucht. Hoe warmer de zomer hoe rijker ze bloeien.
De ragfijne wortels zijn opmerkelijk mooi vertakt en opvallend. Het water waarop ze drijven moet dan echter zeer voedselrijk en behoorlijk warm zijn.
Een waterhyacint heeft een gezwollen, roodachtige bladsteel. Wie zo'n bladsteel eens opensnijdt, zal zien dat zich daarin een witte sponsachtige substantie bevindt. De bladsteel is voornamelijk gevuld met lucht en daardoor blijft de plant goed drijven De glimmende groene bladeren zijn lepelvormig en staan in rozetten.
De waslaag op het blad zorgt ervoor dat de huidmondjes niet door water en verontreinigingen verstopt raken.
De plant neemt via de groene delen zuurstof uit de lucht op, maar ook via de wortels wordt er zuurstof uit het water gehaald.
Meestal hangen de wortels los in het water, maar in ondiepe bakken kunnen ze zich ook vastzetten.
De waterhyacint bloeit in juni - september met eindstandige wit of lilablauwe bloemen in aren. De bloem lijkt op die van een hyacint. Het bovenste bloemblad draagt een donkerlila macule. Het midden van de macule wordt gemarkeerd met een diepgele vlek, omgeven door verticaal lopende donkerlila lijnen. Wie de planten in een gevulde bak kweekt zal ervaren dat de typische vorm min of meer verloren gaat. De bladstelen worden langer en zijn meer flesvormig door gebrek aan licht.
Aan het einde van de herfst (temperatuur beneden 5°) moeten de planten uit het water gehaald worden om te overwinteren op een vorstvrije plaats. Plaats de plant in een schaal dat voor ¾ deel met voedzame klei of leemachtige tuinaarde gevuld wordt. Zorg ervoor dat de plant zeker niet droog komt te staan. Een laagje water van 2 cm boven de aarde is wenselijk. De planten in een matig verwarmde kamer laten overwinteren op een plaats waar veel licht komt. Men kan ze ook in een aquarium laten overwinteren.
Het blad kan in de winter zwarte vlekken krijgen, maar in het voorjaar zal het zich spoedig herstellen. (Daarom niet te gauw opruimen!)
De plant wel niet voor half mei naar buiten in de vijver overbrengen om risico van nachtvorst te vermijden.(ijsheiligen tot en met 10 mei)
Mocht de overwintering ondanks goede zorgen toch mislukken, dan is er nog geen man overboord. De plant is ruimschoots te koop in een tuincentrum.
Uit onderzoekingen is gebleken dat waterhyacinten grote hoeveelheden opgeloste stoffen (waaronder zware metalen) uit het water kunnen halen, waardoor ze het water kunnen zuiveren.


Vermeerdering :
De planten vormen voortdurend nieuwe uitlopers die gemakkelijk verder groeien.
Ze kan ook vermeerderd worden door te delen.

Ziekten en plagen :
De planten vervriezen en sterven af.
Bij lage temperaturen (minder dan 5°C) hebben de bladeren de neiging te vergelen. Kleine, grijsbruine kevertjes vreten aan de planten, vooral ter hoogte van de blaasvormige verdikking. Neem de planten uit het water en haal de kevertjes er vanaf met de hand of probeer ze van de planten te spoelen.