Wormen (Helminthes)


De tweede, meest voorkomende groep dierlijke ziekteverwekkers zijn wormen. Ook hier vinden wij parasieten, die binnen of buiten het lichaam, de vis schade toebrengen. Wij onderscheiden haakwormen, draadwormen, lintwormen, kieuwwormen en huidwormen. De laatste twee species zijn de meest voorkomende soorten. De grootte van de wormen varieert dusdanig, dat sommige alleen met het menselijk oog en andere alleen met een microscoop te herkennen zijn. De ziektebeelden kunnen vaak met de ziektebeelden van eencellige infecties worden verwisseld. Dit komt vooral doordat dezelfde secundaire infecties kunnen ontstaan.

 

 


Trematoden

Trematoden zijn zuigwormen en kunnen worden onderverdeeld in twee groepen. De eerste groep zijn de monogene Trematoden. Deze zuigwormen wisselen tijdens hun leeftijd niet van de gastheren. Ze zijn specifiek voor één diersoort. In dit boekje worden twee vaak voorkomende en een meer zeldzame species beschreven. De tweede groep Trematoden zijn de digene Trematoden. Deze zuigwormen wisselen tijdens hun leeftijd wel van de gastheren. Dit wil zeggen, dat een bepaald voortplantingsstadium in de vis parasiteert, maar andere stadia vinden in andere organismen plaats. Andere tussengastheren kunnen volgende organismen zijn: eenden, kreeften, slakken en andere wormen. Door mogelijk besmet voeder niet te voederen kan men deze ziekten voorkomen. Meestal vindt men deze ziekten alleen bij wildvangvissen. De larvenstadia, welke in de vis parasiteren noemen wij Metacercariën.


Gyrodactylus of Huidwormen

Ziektebeeld:
De huidwormen uit de groep Gyrodactylus veroorzaken evenals sommige eencelligen een troebele huid en bloedige plekken op de huid. De vissen schuren langs de decoratie, krijgen een donkere kleur en vermageren. Bijkomende bacteriële infecties zijn aan de rode plekken herkenbaar.

De parasiet:Gyrodactylus is een levendbarende worm die tot de groep monogene trematoden behoort. Dit betekent, dat hij zich zonder tussengastheer vermeerderen kan. In een oude worm is reeds een jonger exemplaar aanwezig, hierin de derde generatie en daarin de 4 generatie. De wormen hebben geen oogpunten (anders als Dactylogyrus, de volgende soort). Aan het achtereinde zien wij een reeks haakjes waarmee ze zich op de huid vasthechten (16 kleine haakjes en 2 grote). Aan het andere einde heeft Gyrodactylus een dubbel eind, wat meestal goed te zien is. De besmetting van de vissen gaat direct van vis op vis.

Microscopisch onderzoek:

Een huidafstrijk wordt onder het microscoop bij een vergroting van 50 - 100 keer bekeken. De wormen bewegen heel langzaam en kunnen eenvoudig gediagnosticeerd worden. Soms zijn de haakjes niet meer te zien, omdat ze bij het afstrijken in de huid van de vis vast blijven zitten.


Dactylogyrus of Kieuwwormen

Ziektebeeld:
Deze ziekte heeft in de beginfase geen duidelijk beeld. De vissen ademen sneller en vaak alleen via één kieuw. De andere kieuw houden ze dicht. Ook kunnen de kieuwen ver openstaan. Later vermageren de vissen, schuren met de kieuwen aan de decoratie en krijgen een donkere kleur. Indien men de kieuwen bekijkt, ziet men vaak duidelijk aangetaste delen van de kieuwblaadjes.

De parasiet:

Evenals Gyrodactylus behoort Dactylogyrus tot de groep monogene Trematoden. Maar Dactylogyrus infecteert alleen de kieuwen. Pas als zich een massale infectie voordoet, kunnen wij ook enkele exemplaren op de huid van de vis vinden. Dactylogyrus is niet levendbarend maar legt eieren, waaruit jonge larven komen, die zich op de kieuwen tot volwassen wormen ontwikkelen. De worm heeft ook aan het achtereinde 12 kleinere en 2 grotere haakjes waarmee hij zich op de kieuwen vast hecht. De voorzijde eindigt op 4 punten en er zijn 4 oogpunten te zien.

Microscopisch onderzoek:

De parasiet is bij een vergroting van 50 -100 keer van een kieuwafstrijk of een stuk kieuw goed te zien. Voor enkele details is een hogere vergroting noodzakelijk.


Digene Trematoden

Ziektebeeld:
De diverse digene Trematoden, die bij vissen voorkomen, veroorzaken natuurlijk ook verschillende ziekten. En toch hebben al deze Trematoden een soortgelijke voortplanting. Wij vinden de larvenstadia (Metacercariën of Cercariën) of de volwassen worm in de inwendige organen of in het bloed van de vissen. De darm van de vis kan ontstoken en met slijm gevuld zijn. De vissen kunnen vermageren en tonen vaak witte kieuwen omdat ze weinig bloed bevatten. Soms zijn de ogen van de vis troebel of groter dan normaal. Soms zijn zwarte puntjes in de spieren van de vis te zien (Black Spot disease).

De parasiet:

De verschillende soorten Trematoden hebben meestal een gecompliceerde levenscyclus. De vis is een van meerdere tussengastheren. Andere gastheren zijn eenden, andere wormen, kleine kreeftjes zoals cyclops of slakken. Diplostomum species en Proalaria species zijn oogwormen, die de ogen van de vis naar buiten laten komen. Sanguinicola species veroorzaken de bloedwormziekte. Wij kunnen hun driehoekige eieren in het bloed terugvinden. Andere soorten kunnen ingekapseld in het spierweefsel voorkomen. Bij sommige doorzichtige vissen zijn deze als zwarte puntjes te zien (Black Spot Disease, Uvulifer species).

Microscopisch onderzoek:

De 8-15 mm lange larven zijn in drukpreparaten gemakkelijk te zien. De larven hebben reeds een kop met zuignap net als de volwassen wormen.


. Nematoden (Draadwormen)

Ziektebeeld:
De draadwormen of Nematoden zijn wormen, die meestal in de darm van de vis parasiteren. Sommige Nematoden kunnen zelfs enkele millimeters lang worden, zodat ze zonder hulpmiddelen herkend kunnen worden. De vissen vermageren hoewel ze heel veel eten. Later kan de vis de voeding weigeren, omdat ontstekingen, wonden etc. in de darm ontstaan. Bij de soort Camallanus hangen de wormen soms uit de anus. De ontlasting van de vissen is wit en slijmerig.

De parasiet:

Vaak voorkomende soorten zijn Capillaria en Camallanus. Het zijn geheel buisvormige wormen van een 1-2 mm lengte. Er bestaan zowel mannelijke als vrouwelijke wormen. De mannelijke wormen zijn iets kleiner en hebben aan het achtereinde een doorn. Bij Capillaria en Camallanus soorten is een vis eindgastheer. Tussengastheren kunnen vaak andere organismen zoals watervlooien zijn. Andere Nematoden benutten de vis als tussengastheer en de larven kunnen wij in verschillende organen terugvinden, waar ze soms schade aan de vis kunnen toebrengen.

Microscopisch onderzoek:

In de ontlasting van de vissen kunnen wij de eieren van de nematoden vinden. Typisch aan de eieren zijn twee bobbeltjes aan het eind. Via een drukpreparaat gemaakt van de darmen kunnen wij de worm bij een vergroting van 50 tot 100 keer goed zien. Voor de eieren is een vergroting van 400 ideaal.


Cestoden of lintwormen

Ziektebeeld:

Evenals de digene Trematoden en de Nematoden wisselen de Cestoden van gastheer.

Maar deze wormen zijn veel groter dan de twee andere groepen. Hoewel ze meestal in de darmen voorkomen kan men ook larven als donkere of lichte knobbeltjes in andere organen vinden. De darm is vaak ontstoken en verstopt, zodat de vis opzwelt. Ook kan het zijn dat de vis door voedselweigering vermagert. Bloedarmoede en uitpuilende ogen kunnen andere kenmerken zijn.

De parasiet:

De ontwikkeling van de lintwormen kan afhankelijk van de soorten via een of twee gastheerwissels gebeuren. Bij de soorten Caryophyllaeus en Khawia zijn de volwassen wormen als parasiet in de vis te vinden. Tussengastheren hierbij zijn Tubifexwormen. Bij de soort Ligula is een Cyclops of Diapomuskreeftje de tussengastheer en in de vis parasiteert een tweede larvenvorm. De volwassen lintworm is in watervogels terug te vinden.

Microscopisch onderzoek:

In drukpreparaten van de darminhoud maar ook in drukpreparaten van inwendige organen kan men de wormen (of larven) bij een lage vergroting gemakkelijk herkennen.


Acanthocephalus of Haakwormen

Ziektebeeld:

Evenals bij ander darmparasieten is bij een besmetting met Haakwormen de darm van de vissen ontstoken. Dezelfde van buiten zichtbare symptomen zoals witte slijmerige ontlasting, opzwellen of vermageren zijn te zien.

De parasiet:

De Haakwormen zijn grote ronde wormen (tot enkele centimeters) zonder mond, darm en anus. Ze nemen hun voeding via het hele lichaam op. Een duidelijk kenmerk voor Haakwormen is de met haakjes bezette slurf, waarmee ze de slijmhuid van de visdarm verwonden. De ontwikkeling van de haakwormen kan via een of twee tussengastheren gaan. Typische andere tussengastheren zijn waterinsecten en Gammaruskreeftjes.

Microscopisch onderzoek:

Met een goede loep zijn de wormpjes al gemakkelijk te herkennen.


Turbellaria of zwarte stip (Trilhaarwormen)

Ziektebeeld:
Deze wormen vinden wij vaak op zeewatervissen, die afkomstig van Hawaï zijn. Vooral op licht gekleurde vissen zoals de Gele Doktorsvis kunnen wij gemakkelijk zwarte puntjes herkennen. In het begin van de ziekte zijn de vissen rusteloos maar later worden ze steeds meer apathisch. Omdat de wormen op de huid parasiteren ontstaan natuurlijk secundaire infecties door bacteriën met hun typische verschijnselen.

De parasiet:
De Turbellaria's zijn in staat zich zonder andere gastheren in het aquarium te vermeerderen. Nadat de parasiet op de vis voldoende gegroeid is, laat hij van de vis los en zinkt tot de bodem. Hier vindt een vermeerderingsfase tot 150 jonge wormpjes plaats. Deze gaan opnieuw op zoek naar nieuwe vissen, die ze kunnen besmetten.

Microscopisch onderzoek:
Bij een vergroting van ca. 150 maal kunnen wij de Turbellaria's aan hun heel grote hoeveelheid trilhaartjes verspreid over de ovale vorm herkennen.